Sociaal ontwerp

Wie leidt op? Met wie wordt er geleerd en gewerkt in de hybride leeromgeving (HLO)? Wie er betrokken in de HLO en welke rollen worden daarbij opgenomen?

Goed rolontwerp vraagt durven omdenken

“Een goed rolontwerp wil gericht werkactiviteiten, leeractiviteiten en interacties ontlokken” (Zitter, 2021, p. 14). Werken met HLO’s zorgt voor het omdenken van klassieke rollen, of: van hoe we het gewoon zijn. In het begin van onze trajecten merkten we dat bepaalde rollen (automatisch) geassocieerd werden met de docent/leerkracht (bv. begeleiden, examineren) of net met de werkplekbegeleider (bv. expert in werkprocessen). Toen we het rolontwerp onder de loep namen, voelden we sterk aan dat er onderliggend verschillende logica’s werkten:

  • Schoolse logica: met focus op het ondersteunen van individuele en sociale leerprocessen
  • Werkveld logica: met focus op het optimaal verlopen van arbeids- en innovatieprocessen

Deze verschillende logica’s hebben impact op de tijd en ruimte die er is voor leren en begeleiden. Toch zagen we dat als deze verschillende logica’s regelmatig expliciet gemaakt werden, dat ook de bedrijven mee het voortouw namen in de begeleiding. Zo werd opleiden een gedeelde verantwoordelijkheid, met concrete afspraken:

  • Wie begeleidt wat? En welke taken begeleiden we bewust samen?
  • Wat mag de werkplekbegeleider overnemen als de docent/leerkracht afwezig is, en vice versa?
  • Hoe creëren we brugmomenten waarop begeleiders uit school en bedrijf voortdurend kunnen afstemmen? (zie ook ‘Brugmomenten’)
  • Wat vraagt het werken in HLO’s vanuit deze nieuwe rollen van ons wat betreft (te ontwikkelen) competenties? (zie ook ‘Professionalisering’)

Aangezien in HLO’s ‘het begeleiden’ een gezamenlijke rol is, wordt soms eerder gesproken over de bredere term ‘opleiders’ in plaats van ‘docenten/leerkrachten’ en ‘werkplekbegeleiders’ (Zitter, 2021). Opleiders begeleiden lerenden in hun ontwikkeling tot wendbare professional.

Mij persoonlijk levert het begeleiden van leerlingen zoveel voldoening op. Je gaat er zelf ‘open’ van, je gaat zelf nadenken over waarom je doet wat je doet.

[werkplekbegeleider]

Als het gaat over het inbrengen van beroepskennis en het bijhouden van nieuwe ontwikkelingen, zien we dat er voor begeleiders nog veel te winnen valt.

[expert]

Loskomen van vaste rollen

In HLO’s wordt doorgaans meer van rol gewisseld dan in klassieke leeromgevingen (Bouw, 2021). Docenten/leerkrachten in HLO’s hebben vaker een rol in het werkproces. Ze zijn niet alleen coach, beoordelaar en expert, maar tegelijkertijd ook collega. Medewerkers uit de beroepspraktijk hebben een rol als werkplekbegeleider, collega of expert. Als we loskwamen van vaste rollen in HLO’s, zagen we dat ‘leren/ontwikkelen’, ‘opleiden’ en ‘werken’ eigenlijk veel dynamischer bekeken kan worden. Onderstaande driehoek is eigenlijk constant in beweging (Gresnigt & Bos, 2021).

Bron: https://wij-leren.nl/hybride-leeromgeving-grens-werk-school.php

In HLO’s kunnen rollen ook in conflict komen met elkaar: als een werkplekbegeleider beroepstaken uitvoert (bv. een patiënt verzorgen) en tegelijkertijd studenten/leerlingen begeleidt. Ook docenten/leerkrachten vinden het soms moeilijk om hun rol als vak-expert te combineren met de rol van coach. Rolconflicten in HLO’s kunnen soms opgelost worden door het herontwerpen van rollen. Zo zagen we in een zorginstelling dat bepaalde werknemers zich alleen op de begeleiding gingen richten. Op die manier werd het rolconflict weggenomen tussen begeleiding bieden en productief werken. Het balanceren van verschillende rollen kan gezien worden als een belangrijke competentie van begeleiders in HLO’s. Een functie die inherent rollen combineert, is die van de ‘hybride of duale docent’; iemand die het werken in het bedrijf combineert met het lesgeven.

Competenties van begeleiders

Bij ‘inspiratie’ delen we overzichten met andere specifieke competenties die hybride leren vraagt van begeleiders (uit onderwijs én werkveld). We bundelden er ook materiaal en inzichten rond hoe in HLO’s naar wendbaar vakmanschap te begeleiden. Tijdens onze trajecten gingen we met dit materiaal aan de slag, met focus op de drie deelprocessen die centraal staan bij het begeleiden in HLO’s (Khaled & Aalsma, 2022):

  • (1) Leerwerkprocessen en werksituaties expliciteren
  • (2) Ervaring bieden
  • (3) Ontwikkelingsruimte zoeken

Op vraag van de scholen en bedrijven bij het traject rond zorg, werd in co-creatie ook ‘het reflectieweb’ ontwikkeld. Een tool om gezamenlijk met de leerling/student – de leerkracht/docent – en de werkplekbegeleider in gesprek te gaan. Specifiek kan de tool ingezet worden om bepaalde (deel)competenties in focus te zetten en de ontwikkeling visueel te maken.

Kennis ontwikkelen is niet alleen feiten onthouden. Het gaat vooral ook om studenten die persoonlijk betekenis geven aan de kennis die ze opdoen in schoolse én praktijkgerichte omgevingen.

[onderzoeker]

De leerlingen zijn hier niet de redders van de shift. Ze zijn hier in eerste instantie om te leren en in het beroep te groeien.

[HR zorginstelling]

Verschillende rollen voor lerenden

Naast de leerkrachten/docenten en de werkplekbegeleiders, mogen de rollen van studenten/leerlingen niet vergeten worden. Wie en wat vertrouw je hen toe op welk moment in hun ontwikkeling/opleiding? Welke taken mogen ze zelfstandig en bij wat moet er ten aller tijden een begeleider aanwezig zijn? Vanuit het ‘hele beroepstaak’ denken is het toevertrouwen van taken belangrijk, maar het moet ook passen bij de ontwikkeling op dat moment. Bijvoorbeeld, niet meteen heel complexe taakverantwoordelijkheid geven, maar na verloop van tijd de verantwoordelijkheid en complexiteit laten toenemen. Zo kunnen begeleiders appel doen op de ontwikkelende beroepshouding van studenten/leerlingen. Wat sterk benadrukt moest worden, was dat ook als studenten/leerlingen taken toevertrouwd krijgen, ze nog altijd lerend zijn.

We merken dat leerlingen elkaar verder kunnen helpen omdat ze op de werkplek al dingen hebben geleerd. Net door het uit te leggen zijn ze zich beter bewust waarom ze bepaalde dingen op een bepaalde manier doen. Als ik dan aangeef dat ik ook van hen leer, dan geeft dat hun veel voldoening.

[docent/leerkracht] 

Casus zorg
[provincie Antwerpen]

Het is een uitdaging om ervoor te zorgen dat studenten/leerlingen al meteen iets mogen doen op de werkplek en van waarde zijn. Wat ze doen, moet ook passend zijn bij hun niveau van zelfstandigheid en complexiteit. Bijvoorbeeld, in het woonzorgcentrum wel al de koffie-toer doen, maar nog geen handelingen alleen met zorgvragers.

Onze ervaring was dat in dit verband bij HLO’s een grote kracht zat in boventalligheid of bewuste overbezetting. Daarmee bedoelen we dat studenten/leerlingen telkens in kleine groepjes of duo’s aan de slag gingen op de werkplek. Ze staan er dus nooit alleen voor en voeren met ‘meer dan nodig’ een taak uit. Dit betekent dat er ook een belangrijke rol weggelegd is voor de studenten/leerlingen zelf. We zagen mooie voorbeelden van peer learning met buddy/mentor-systemen waarbij medestudenten of ouderejaars een coachende of zelfs leidinggevende rol opnemen op de werkplek. Of er net buiten de werkplek een ouderjaarstudent/leerling klankbord was, om in vertrouwen ervaringen over het werken in bedrijven te delen. Het opleiden als rol ligt dan ook mee bij de studenten/lerenden.

Er werd door de HLO’s sterk benadrukt dat leerlingen/studenten als ‘lerenden’ beschouwd moeten worden. Ze zijn dus niet ‘de redders van de shift’. In dat laatste geval, zagen we dat leerlingen/studenten vaak afhaakten. Voldoende leerkansen en begeleiding blijven essentieel. Anders zijn we de toekomstige zorgprofessionals kwijt wegens demotivatie. En ook dat is niet helpend in een sector die te kampen heeft met grote krapte.

Leerproces in eigen handen leren nemen

We merkten op dat ‘de docent als coach’ in de praktijk vaak betekende dat de student/leerling zijn plan moet trekken. In HLO’s moet gericht nagedacht worden over: Hoe kunnen we studenten/leerlingen écht in de lead zetten van hun leerproces? Hoe zorgen we niet alleen voor een consumerende, maar ook voor een activerende houding? Hoe begeleiden we hen stapsgewijs naar wendbaar vakmanschap? We zagen hierbij mooie voorbeelden van docenten/leerkrachten die zich bijschoolden in het coachen van zelfregulatie bij werkplekleren, rond het bewust maken van de leerkuil die etc. (zie ‘Inspiratie’). Deze docenten/leerkrachten gaven aan dat studenten die een moeilijke thuissituatie hadden, ook kracht putten uit het versterken van hun zelfregulatie en het zelf leren maken van doordachte keuzes. Verder zagen we ook peer feedback-systemen waarbij studenten/leerlingen in duo’s/trio’s aan de slag gingen op de werkvloer en elkaar systematisch feedback gaven op competenties die ze die dag of week ‘in de focus’ plaatsten (bv. ‘vandaag observeer ik jouw verbale en non-verbale communicatie met de zorgvragers; jij observeert mijn hef- en tiltechnieken want daar moet ik nog aan werken’).

Hoewel we hier alles kunnen zeggen, doe je het niet snel als ze het niet vragen.

[leerling/student]

Bron: https://platformmindset.nl/

In het woonzorgcentrum stonden de ouderen vaak al aan het raam te wachten op de komst van onze leerlingen. We hadden zelfs een dame die graag mee in het leslokaal zat als we lesgaven in het woonzorgverblijf.

[schoolleider]

Significante anderen

Als het gaat over ‘wie is betrokken bij het opleiden’, zien we dat er ook nog ‘significante anderen’ (de Bruijn, 2019) betrokken kunnen zijn in HLO’s. Zo gebeurde het dat de klant sterk betrokken was in het leerproces. Daarnaast kunnen ook tal van andere organisaties een opleidende rol opnemen (bv. producenten, wetenschappelijke organisaties, social profit organisaties, organisaties in de wijk, gemeente of stad,…).

Taalcoaching op de werkplek

Ten slotte kwam ook het begeleiden van taalontwikkeling naar voren tijdens onze trajecten. Bijvoorbeeld rond werkplek-specifiek jargon, maar ook met leerlingen/studenten die de taal van de HLO (nog) niet machtig zijn. Zo waren er verschillende ervaringen met leerlingen/studenten met anderstalige achtergronden. In direct contact met collega’s, klanten of cliënten (bv. zorgvragers) stelde dit soms moeilijkheden die om aanpassingen of ondersteuning vroegen. Beeldwoordenboeken kunnen hierbij helpend zijn. Bij ‘inspiratie’ vind je een voorbeeld terug van een beeldwoordenboek; waarbij het initiatief kwam vanuit de sectororganisatie. Verder kunnen we stellen dat het van belang is om in HLO’s ook na te denken over (Poelmans, Scalda): Hoe stimuleer je taalontwikkeling? En hoe maak je dat iedereen zich mee verantwoordelijk voelt voor de taalontwikkeling?

We hebben nieuwe leerlingen die inhoudelijk goed mee zijn, maar die de taal nog niet machtig zijn. Het is serieus zoeken om hen passend te ondersteunen. Ook heel intensief voor deze leerlingen zelf.

[leerkracht/docent]