Testen

Eens het ontwerp er ligt, is het tijd om de hybride leeromgeving (HLO) uit te proberen. Wanneer is ‘het goede moment’ en hoe kan je de testing aanpakken?

Goed genoeg voor nu en veilig genoeg om te proberen

We zagen veel verschillen in wanneer tot testen overgegaan werd in de HLO’s. Bij sommigen was er initieel de neiging om meteen in de beroepspraktijk te gaan uitproberen, maar al snel was er consensus over eerst tot een gedragen ontwerp te komen. Anderen hadden dan weer een klein zetje nodig om effectief te beginnen testen. Het bleek de kunst te starten vanuit een ontwerp dat ‘goed genoeg is voor nu en veilig genoeg om te proberen’. In dit verband wordt wel eens gesproken over fijnkorrelige en grofkorrelige leeromgevingen. Een fijnkorrelige leeromgeving is vanuit alle ontwerpperspectieven vooraf tot in detail gespecificeerd, waardoor die rigide kan worden. Meer open leeromgevingen kunnen we als grofkorrelig zien. Grofkorreliger leeromgevingen bieden meer ruimte voor bijsturen en herontwerpen. Ook tijdens de uitvoering zijn er meer mogelijkheden om just-in-time in te spelen op lokale situaties. Grofkorrelig ontwerpen kan helpen om te komen tot meer flexibele, adaptieve leeromgevingen (Zitter, 2021, p. 20).

Klein beginnen. Maar durf ook echt uit te proberen. Pas als je durft, kan je beginnen. Niet alleen op papier leuke plannen blijven maken.

[procesbegeleider]

Durf pionieren. Voorbij de ‘ja maars’. Dan komt er komt iets en daar is het enthousiasme! Dan is het een kwestie van middelen doorpakken en kijken wat werkt.

[leidinggevende school]

Begin klein maar fijn

Misschien een open deur, maar toch: starten met een kleine, veilige piloottest met enkele mensen die al enthousiast zijn (de early adopters). Het helpt om kleine dingen zo echt mogelijk uit te testen in kleine groep om de HLO inzichtelijk te maken en van daaruit door te ontwikkelen of op te schalen. Deze groep kan vervolgens hun ervaringen delen met de personen die wel openstaan, maar misschien nog niet helemaal mee zijn of nog wat motivatie missen vanuit handelingsverlegenheid (‘Is dit wel iets voor mij?’ ‘Ga ik dit wel zien zitten?’) of weerstand (‘Moeten we nu weer iets nieuws gaan doen?’). Degenen die iets meer tijd nodig hebben kunnen zo ook rustig aanhaken. Betrokkenen bij HLO’s hebben echt tijd nodig om los te komen van wat ze kennen. De ene al meer dan de andere. We merkten dat het van belang is dat dit gesprek van begin af aan open gevoerd moet blijven om te komen tot een goede testing en verdere ‘olievlek’ kansen naar het verdere team. Zo bleven sommige bedrijven ook eerst langs de zijlijn meekijken, vooraleer ze definitief mee aanhaakten.

Vanuit ontwerpperspectieven en brede betrokkenheid evalueren

In ons ‘Eindrapport’ lees je meer over hoe wij het testen van de HLO’s aangepakt hebben. De 5 ontwerpperspectieven waren ook hierbij leidend. Ze zorgden ervoor dat we niet enkel op het ruimtelijke en instrumentele gingen focussen, maar op de ganse leeromgeving. Er wordt aangeraden om alle betrokkenen te bevragen bij het testen: niet enkel de leerlingen/studenten, maar ook de werkplekbegeleiders, de leerkrachten/docenten, de mede-collega’s op de werkvloer en de klanten/cliënten. We hebben ook de ervaringen rond het co-creatieve proces bevraagd (de ‘leergemeenschappen’ van betrokkenen scholen en bedrijven). We lieten ons hierbij leiden door deze vragen rond inclusief evalueren in HLO’s (Bos & Snoeren, 2021):

  • In hoeverre worden alle samenwerkende partijen gehoord over hoe zij de samenwerking ervaren?
  • In welke mate evalueren wij het functioneren van onze hybride leeromgeving?
  • In hoeverre zijn wij in staat de hybride leeromgeving morgen anders aan te sturen als blijkt dat dat gewenst is?

Ik ben van het principe: kansen geven om nieuwe dingen uit te proberen, gewoon doen. Daarbij hoort dat ik als leidinggevende ruimte maak om de docenten ‘gewoon’ te laten vertellen hoe het loopt. Daar leren we onderling erg veel van.

[leidinggevende school]

Blijf ook de leidinggevenden betrekken

Ook in de testfase blijft de betrokkenheid van de leidinggevenden van belang. Hun steun is nodig om draagvlak te blijven creëren als verder doorontwikkeld of opgeschaald wordt. Zij hebben ook voldoende tijd nodig om ‘de papieren kant’ in orde te krijgen, eens de testing goed genoeg verlopen is om door te starten. Zij hebben ook een belangrijke rol in het blijven zetten van de horizon: Waar willen we met deze HLO naartoe als opleiding? Waarom is dit belangrijk? Wat willen we samen creëren? Kortom, alle betrokkenen moeten op de hoogte zijn dat werk in ontwikkeling is.

De studenten/leerlingen niet vergeten

Dat betekent dus dat ook de studenten niet uit het oog verloren mogen worden. Zorg dat de structuur van de hybride leeromgeving voor de student aan het begin duidelijk is. Wat gaat er veranderen ten opzichte van hun voorgangers? Waar wordt er kennis opgedaan? Welke begeleidingsmomenten zijn er? Een hybride leeromgeving kan onoverzichtelijk worden voor de student. De structuur moet aan het begin duidelijk zijn. We zagen ook dat veel HLO’s ook klein starten wat betreft studenten/leerlingengroepen. Bijvoorbeeld, het hele schooljaar lang met 1 klas (en niet met 3), of net 1 week uittesten met enkele leerlingen/studenten. Het is handig om met een nieuwe groep studenten/leerlingen iets nieuws te starten, maar dat wil niet zeggen dat je met de bestaande groep niets kan uittesten rond de aankomende HLO. Het was onze ervaring dat studenten/leerlingen graag betrokken werden bij het testen. Door hun ogen naar het ontwerp kijken, levert je het studentperspectief op. Andere HLO’s gaven ook mee van de leerlingen/studenten hun ervaringen systematisch te blijven bevragen eens de HLO loopt, om bij te kunnen sturen.

 

De studenten vonden zo’n HLO meteen erg leuk. Ze zijn meer tevreden en leren meer. Test wel goed uit vooraleer je je hele schooljaar omgooit.

[docent/leerkracht]